Albanië, avond 1, dag 2

by stevenkamperman on 11/12/2010

160 euro gaan we natuurlijk echt niet betalen voor die basversterker en die geluidsinstallatie. Maar de lokale organisatie ook niet, en monitoren hebben we toch op zijn minst nodig om te kunnen spelen….       (klik onder de foto op ‘verder lezen’)

 

…Uiteindelijk laten we alleen de basversterker en twee monitoren bezorgen voor 80 euro op eigen kosten. Dit is totaal maar dan ook totaal belachelijk, maar als we het niet doen hebben we onszelf ermee.

Het eerste concert vindt plaats in de zaal van het conservatorium. Dat blijkt een prachtige sfeervolle zaal, met ook nog eens een geweldige akoestiek. Ineens blijkt dat er ook een tv-ploeg komt filmen, en we halen nog een keer opgelucht adem als de monitoren ook daadwerkelijk gebracht worden. Het concert is voor bas-invaller Oeds Bouwsma de eerste keer, en hij levert een fantastisch prestatie met alert en muzikaal spel. Het hele concert is trouwens heerlijk, met ca 150 superaandachtige bezoekers, communicatief spel en  naast Erik van de Nederlandse ambassade zelfs spontaan een vertegenwoordiging van de Turkse ambassade… We worden heel vaak door Turkse televisie gefilmd als we ergens spelen, maar dit was een noviteit. Na afloop verkopen we veel CD’s aan geweldig leuke mensen.

Dan gaan we terug naar het hotel, voor ons tweede optreden daar. Hier houden we eerlijk gezegd ons hart een beetje voor vast: wel een geluidsinstallatie dus, maar geen podium, geen belichting, is dit geen totale miscast? De zorgen blijken onterecht. Hotel Rogner blijkt een ontmoetingsplek voor de lokale elite met een wekelijkse concerttraditie. Mensen luisteren, klappen enthousiast. We beginnen op verzoek van de concertorganisatie vroeg en spelen een lange set van een uur en twintig minuten.

Daarna is er paniek bij de barmanager…. ‘Houden jullie nu al op?’

‘Ja natuurlijk, dit was afgesproken, en we mochten zelfs niet te laat spelen vanwege de hotelgasten’, zoals we immers hadden begrepen.

‘Nee, nee, nee: jullie mogen doorgaan, ik heb allemaal mensen uitgenodigd, die zijn laat gekomen, ga alsjeblieft door!’

We houden vol: ‘Nee, dit is wat was afgesproken, we hebben al een lange set gespeeld’.

De baramanager biedt geld, en twee dagen crashcourse Albanië doen wonderen; ik vraag anderhalf keer zoveel. Hij gaat akkoord, en zo hebben we de basversterkerkosten er weer ruimschoots uit. We drinken een biertje, moeten even snel wat extra materiaal doornemen met Oeds, en spelen vervolgens nog een intense en lange set. Mensen dansen achterin, ik trek alles uit de kast met een ronde door het publiek, en een groepje van tien komt bij de toegift voor het podium dansen. Ik wrijf me nog een keer in de ogen: is het dan tóch misschien een concert van onze balkansaxband Carlama Orkestar? Nee, nee, het is echt Baraná en het voelt ook goed….

‘s Ochtends maken we ons klaar voor de masterclass, en bedenken wat we gaan doen. We komen buiten, en de festivalorganisator zegt: ‘Nee, er is geen masterclass, we gaan veranderen van hotel. Wie heeft er iets gezegd van een masterclass?’ Nu breekt mijn klomp, zijn eigen assistent heeft gisteren nog gezegd dat hij ons zou komen ophalen voor de masterclass, en niemand heeft gezegd dat we naar een ander hotel zouden gaan…. Tja, we gaan dus maar onze kamers uitchecken. Ik zit in de auto met Besim, de concertorganisator. Ik breek de ijzige stemming een beetje, maar hij voelt gelukkig zelf ook wel dat wat hier gebeurt niet kan. Hij komt vervolgens met verklaringen, over financiën, en dat vier activiteiten sowieso te veel zou zijn. Er zijn zoveel verklaringen dat ze hun geloofwaardigheid verliezen, maar ik begrijp ook dat het hier niet altijd makkelijk is om iets voor elkaar te krijgen.

Besim blijkt dan een begenadigd verteller, die met smakelijke anekdotes de stemming er weer in brengt. Zo vertelt ie dat Albanië net voor de omwenteling de eerste prijs had gewonnen voor verantwoorde voeding op een congres in Mexico. Alleen was er in de winkels helemaal niets te krijgen. Hij moest bijvoorbeeld zelf de grootste moeite doen om toch in godsnaam wat melk voor zijn jonge zoontje te bemachtigen. Bij het partijcongres waar de eerste prijs werd gepresenteerd, begon een van de toehoorders hard te lachen, wat destijds een zeer gevaarlijke actie was. De partijbons vroeg: ‘Waarom lach je, ben je niet blij dat Albanië de eerste prijs heeft gewonnen?’ ‘Jazeker’, zei de man, ‘het is fijn dat Albanië de eerste prijs heeft gewonnen voor voeding, maar de verliezers hebben tenminste iets te eten.’

‘s Middags bezoeken we de nationale gallerie, en stellen vast dat Albanië nog een lange weg heeft te gaan voordat er hier werkelijk toeristen gaan komen: een oubollige collectie, waarbij we zelfs een deel van de toch al kleine collectie niet mogen bekijken, omdat er wat speciale gasten komen. Om tien over half vijf sluit het museum na ons haar poorten, terwijl ze volgens het boekje nog tot zeven uur openblijven.

‘s Avonds spelen we in de bar van het nieuwe hotel op de bovenste verdieping, en dat is dan helaas wel een voorbeeld van zo’n totale miscast: iedereen zit keihard te praten, en zelfs voor de geïnteresseerden is er weinig te horen van wat we doen. Met het gebrek aan opvoeding kan ik nog leven, maar niet met dat wat ik doe gewoon geen glans meer heeft door het luide gepraat. Hoewel we goed en communicatief blijven spelen, gelukkig. Even ben ik blij voor Meinrad dat hij er niet bij is…. Van de weeromstuit gaan we aan het eind maar heel hard spelen, waar Bart dan weer chagrijnig van wordt. Gewoon snel vergeten.

 

Previous post:

Next post: