Baraná in Rusland, Lipetsk, dag 4

by stevenkamperman on 24/10/2011

We zijn laat. Behsat, Sebastian en ik hebben een later vliegtuig moeten  nemen naar Moskou, omdat Behsat door een ongelukkige struikelpartij vertraagd was. Met een flinke buil op zijn voorhoofd komen we in Moskou aan. Daar staat een chagrijnige buschauffeur op ons te wachten, die deze omrit langs een ander vliegveld met de organisatie heeft weten uit te onderhandelen tot een belachelijke 150 euro extra. Tja, we moeten toch naar Lipetsk, hij is onze flessenhals. Powerplay.

 

 

 

Vantevoren begrijpen we niet waarom die 350 kilometer steevast door iedereen op zeven uur rijden wordt ingeschat. Maar als we even later een kwartier staan te wachten voor een spoorwegovergang, totdat er één locomotief voorbij pruttelt, beginnen we het te begrijpen. ‘Rusland blijft Rusland’, zegt onze chauffeur, terwijl hij inmiddels weer wat kan lachen, zij het als een boer met kiespijn.

We rijden langs eindeloze berkenbossen, door een verder niet bijzonder spectaculair landschap. Ruim is het wel, we komen in 350 kilometer één dorpje tegen!

Lipetsk blijkt een soort sovjetmuseum. Lelijke woonbarakken zien er precies uit zoals 20 jaar geleden, verzekert Sebastian ons. Net Polen, glundert hij.

Optredens in Rusland beginnen heel vaak heel vroeg (daarna gaat iedereen wodka drinken?), en ook ons optreden in Lipetsk begint al om 18.00. Vandaar dat de organisatie elk ur belt met de chauffeur waar hij is en wanneer hij aankomt. Als we binnen komen staat de lobby al helemaal vol met publiek, en worden we naar het podium gesluisd. Daar leveren we een historische prestatie met een soundcheck van slechts 15 minuten, inclusief instrumenten uitpaken en omkleden. En hup daar loopt de zaal vol, en hup daar gaan wij het podium op. Ik ben nog helemaal niet ingespeeld, maar we nemen ons voor om de eerste stukken elkaar rustig op te zoeken, en niet te forceren. Dat werkt prima, het is een prima optreden en de zaal is heel enthousiast. Grappig trouwens: het publiek is echt van jong tot oud, heel gemeleerd. Er is een mevrouwtje van 70 dat mij na het optreden in het Russisch bedankt en voordoet hoe ze heeft moeten huilen; ik geef haar een knuffel. Even later sta ik met een enthousiast jongen te praten, die een folk festival organiseert. Maar nadat hij een stuk heeft voorgezongen en mij een beetje een militaristisch papiertje in de hand drukt, word ik toch wat minder toeschietelijk. Verder wil natuurlijk jong en oud op de foto met de band, en verkopen we de 20 CD’s die we nog over hadden. Geen CD’s voor Moskou meer….

Ook het hotel blijkt een sovjet-conservatieproject. Compleet met gebreide kleedjes, planten in de halletjes en op de kamers, en hilarisch kleine en slechte bedden. P-P (‘Bolshoi, bolshoi’ zegt de mevrouw: ‘groot, groot!’) bouwt zijn kamer om met het matras op de grond, omdat hij anders echt niet in het bed past.

Er is in Rusland een heel ingewikkeld administratief systeem, waarbij je in elk hotel een briefje krijgt als je ook daadwerkelijk uitcheckt. We krijgen maar de hele tijd onze paspoorten niet terug, en Sebastian gaat na het eten (als ik al naar bed ben) met zijn basale kennis van het Russisch vragen waarom. Daar blijkt dat het mevrouwtje geen leesbare kopieen van onze immigratiekaart kan maken, en niet weet wat ze moet doen, helemaal verlamd. Sebastian gaat haar eerst helpen met het opschudden van de toner, maar dat verhelpt het probleem niet. Vervolgens trekt hij alle informatie op alle kaarten over met een zwarte stift (terwijl wij al in bed liggen), en dan lukt het eindelijk met de kopieen. Sovjet erfenis. Wie zou toch al die geschreven immigratie en uitcheckkaarten verwerken en napluizen?  Drie hoeraatjes voor Sebastian.

 

 

 

 

Previous post:

Next post: